HOOFDSTUK EEN: MET LANGE TANDEN

Adje heeft een probleem; hij lust geen macaroni. Het erge is dat Berta altijd alléén maar macaroni klaarmaakt. Iedere dag.
's Morgens, 's middags, 's avonds.
Macaroni. Macaroni. Macaroni.
Macaroni met eieren en spek; broodje macaroni; macaroni met pindakaas en hagelslag; macaroni met bloemkoolsaus en macaroni-sla.
En het maakt niet uit hoe Adje zeurt, het maakt niet uit hoe Adje piept. Hij kan zelfs op zijn kop gaan staan en zijn adem 10 minuten inhouden, maar Berta geeft hem niks anders te eten.
"Macaroni", zegt Berta dan, "is goed voor je, het zet lekker aan, je wordt er lekker dik van."
Berta is al dik, maar ze wil nog dikker worden. Dat moet voor haar werk en van meneer Vogeltjes, de zangleraar. Berta is operazangeres. Dat is een dikke dame met een pruik en een rare jurk die zingt zo van tra-la-la-la in een Andere Taal.
Nu is het 's morgens en ze eten macaroni met mandarijntjes. Dat is er-rug vies, vindt Adje. Hij schuift de macaroni op en neer op zijn bord en neemt af en toe voorzichtig een hapje. Het smaakt naar wormen met slijm.
"Berta, mag ik een glaasje water?" vraagt Adje.
"Hè Adje wat zit je nou toch weer met lange tanden te eten", zegt Berta boos. "Nee, je krijgt geen water, want dan ga je het alleen maar weg zitten spoelen."
Adje voelt met zijn tong aan zijn tanden. Ze voelen niet lang. Ze voelen gewoon kort.
Ome Leo begint opeens heel hard te lachen. Zo hard dat de tafel ervan schudt. Opa, die naast ome Leo zit, laat van schrik zijn lepel vallen.
"Met lange tanden eten ha ha. Ha ha Berta. Die heb ik al lang niet gehoord." Hij kijkt Adje aan. "Zo heet dat Adje, als je iets met een heel vies gezicht op zit te eten", zegt hij.
Ome Leo weet altijd alles. Dat komt omdat hij psychiater is. Een psychiater is iemand die de hele dag met mensen zit te praten over hun problemen. Daarom heeft hij natuurlijk alles al gehoord, alle problemen van de hele wereld, omdat hij de hele tijd met iedereen zit te kletsen. Maar hij weet alles op een stomme manier, vindt Adje. Hij zegt altijd "zo heet dat Adje" en dan gaat hij iets uitleggen en als je pech hebt, duurt dat er-rug lang en dan lacht hij als een geit als hij klaar is.
"Opa, kan jij ook met lange tanden eten met je kunstgebit?" vraagt Adje.
Opa is niet Adje's echte opa. Niemand weet waar hij vandaan komt eigenlijk. Hij is op een dag aan komen lopen met een rood koffertje in zijn hand en een groene helm op zijn hoofd en hij is nooit meer weggegaan. De helm heeft hij nog steeds iedere dag op. Maar het koffertje staat onder zijn bed. Naast zijn geweer en zijn sloffen. Opa denkt dat hij een sluipschutter is. Een sluipschutter is iemand die heel stiekem door de bosjes sluipt met een geweer. In opa's geweer zitten geen kogels. Berta heeft er droge macaroni in gedaan. Ome Leo heeft een keer aan Adje uitgelegd dat opa een sluipschutter met een oorlogstrauma is, maar dat was weer zo'n saai verhaal en Adje heeft er niet naar geluisterd.
Nu begint opa aan zijn kunstgebit te friemelen. Hij probeert zijn tanden lang te maken. "Kadangang kang flap nanana Adje", pruttelt opa met lange tanden en een mond vol macaroni.
Adje giert het uit van de pret omdat het zo'n raar gezicht is.
Opa lacht omdat Adje lacht.
En zelfs ome Leo lacht zijn geitenlach.
"Adje is het nou afgelopen met dat geklier", roept Berta met een rood hoofd terwijl ze opa's tanden weer terug probeert te duwen. "Laat opa met rust en eet je bord leeg, straks ben je weer te laat op school met al die onzin."
Als Berta een rood hoofd krijgt, is ze er-rug boos. Dan kun je maar beter luisteren.
Iedereen is stil en eet. De enige geluiden zijn de geluiden uit opa's mond. Opa slurpt. Opa smakt. Opa doet klik-klak met zijn kunstgebit. Dat mag opa allemaal.
Opa mag alles van Berta en Adje mag niks. Soms laat hij zelfs een scheet of een harde boer aan tafel en dan zegt Berta nog niks. Adje vindt het niet eerlijk.
Opa schuift zijn bord weg en staat op. Hij pakt zijn geweer en het broodtrommeltje dat Berta heeft klaargemaakt. "Zo Berta dat was weer lekker, dankjewel. Precies wat een soldaat nodig heeft. Ik ga maar weer eens op jacht."
Adje ziet dat opa niet eens zijn bord leeg heeft. Ook al zo oneerlijk. Maar Adje zegt niks. Omdat Berta een rood hoofd heeft.


HOOFDSTUK TWEE: DE EENHOORN

Adje vindt zichzelf een held. Een echte held.
Hij heeft zijn eten op. Alle wormen met slijm zitten in zijn buik.
"Adje, ga jij nog even de eenhoorn voeren voor je naar school gaat?" vraagt Berta.
"Ah mam, nee", zeurt Adje.
"Ah Adje-schatje toe nou", zeurt Berta.
"Kan Leo het niet een keer doen", zegt Adje een beetje boos.
Adje en Berta kijken naar ome Leo.
Ome Leo kijkt naar zijn handen. Hij doet net of hij niks hoort. Daar is ome Leo er-rug goed in, om te doen alsof hij niks hoort.
"Nou Adje, de eenhoorn is wel jóuw vader hoor en niet die van Leo", zegt Berta.
Daar weet Adje niks op te zeggen. De eenhoorn is zijn vader. Een eenhoorn is een soort van vliegend paard met een lange hoorn op zijn neus. Adje's vader denkt dat hij een eenhoorn is. Hij is een beetje in de war omdat hij een keer van een steiger is gevallen. Boven op zijn hoofd. Hij kreeg toen een heel groot verband en toen dat eraf kwam, dacht hij dat hij een eenhoorn was. Ome Leo vindt dat Berta en Adje niks mogen zeggen tegen Adje's vader. Adje mag niet zeggen "papa je bent geen eenhoorn" want dat is schadelijk. Daar wordt het alleen maar erger van, zegt Ome Leo.
Berta staat op en duwt Adje een bordje eten in zijn hand en geeft hem een kus.
"Ga maar snel, anders wordt het koud."

De eenhoorn woont in het kippenhok achter in de tuin. Dat is niet zielig. Hij vindt het daar fijn. Hij heeft een matras en een stoel en een Nintendo 64. De kippen lopen over de matras. De Nintendo is van Adje.
Adje loopt naar het kippenhok. Hij treuzelt een beetje. Uit bozigheid. Omdat hij altijd alles moet doen. Opeens struikelt hij en valt boempats op de grond. Hij heeft een flinke smakker gemaakt. Zijn brilletje is van zijn hoofd gevlogen. De pijn valt best mee, maar toch krijst Adje, want hij vindt zichzelf nogal zielig.
"Au, au, au", kreunt Adje.
"Au, au, au", hoort hij iemand naast hem kreunen.
Adje kijkt opzij, maar hij ziet alleen een groene vlek. Snel pakt hij zijn bril en zet hem op zijn hoofd. De bril is een beetje krom geworden maar hij doet het nog goed, want de groene vlek is ineens opa met zijn groene helmpje geworden.
"Hee opa, wat doe jij nou hier op de grond?"vraagt Adje verbaasd.
"Ssst Adje, de vijand luistert mee", fluistert opa. "Ik lag hier in sluipschuttershouding op het tuinpad want ik heb een verdacht persoon bij het kippenhok zien lopen. Maar maak je geen zorgen hoor, ik zorg voor je veiligheid."
Opa sluipt weer verder over het tuinpad.
Adje kijkt naar het kippenhok. Hij ziet geen verdacht persoon maar alleen de eenhoorn die tussen de kippen door loopt. Op vier poten. Gewoon, zoals altijd.
"Oh shit, de eenhoorn,"zegt Adje terwijl hij opstaat. "Ik heb het voer voor de eenhoorn laten vallen."
Iets verderop ligt het bordje macaroni met mandarijnen omgekeerd op het grasveld. Adje draait het bordje om en pulkt er een paar grassprietjes uit. Dan loopt hij naar het kippenhok.
"Hoi pap, hier is je voer", zegt Adje en hij zet het bordje op de grond.
"Mjam, mjam", zegt de eenhoorn en hij begint er van te smullen. Hij merkt er niks van dat er nog wat gras in zit. Daar geeft de eenhoorn niks om.
Adje gaat op zijn hurken zitten en aait de dikke kip. De dikke kip heet Berta en is heel tam. Ze is een soort huisdier-kip.
"Ik heb helemaal geen leuke dag vandaag", zegt Adje tegen de kip. De kip pikt aan Adje's broekspijp.
"Het eten was vies en ome Leo is stom. Ik wou maar dat hij in zijn eigen huis ging wonen en ik ben net over opa heen gevallen en nou is mijn bril scheef. Zal Berta straks wel weer mopperen", klaagt Adje.
De kip stopt met pikken en kijkt Adje aan als ze haar naam hoort.
"Nee kip, ik bedoel die andere Berta. Mama Berta, snap je?"zegt Adje.
Hij kijkt de kip aan. "Nee", zucht hij. "Natuurlijk snap je dat niet want je bent een kip. Niemand op de hele wereld begrijpt mij. Zelfs geen kip."
Er rolt een traan over Adje's wang. Een dikke.
De eenhoorn heeft zijn bordje leeg en komt naar Adje toe. Hij legt een arm om Adje heen. "Smak, smak", zegt hij met getuite lippen en hij kijkt Adje bedroefd aan.
Adje geeft zijn vader een dikke kus en staat dan op.
"Ik moet gaan", zegt hij terwijl hij zijn neus ophaalt. "Henk en Harrie staan vast al te wachten."

HOOFDSTUK DRIE: HENK EN HARRIE

Henk en Harrie staan bij de poort. Ze hebben ruzie. Adje hoort het al.
"Jawel frikandel, we gaan langs de tandarts, we zijn gisteren al langs de heks gegaan", zegt Henk.
"Nee kipsaté, ik doe d'r niet aan mee", zegt Harrie.
"Je moet!" roept Henk.
"Ik moet niks!"schreeuwt Harrie. "Ik blijf gewoon staan. Ik verroer geen voet."
"Je moet gewoon, je moet", roept Henk weer. "Je bent een vuile valsspeler jij en ik bijt je oor d'r af."
Adje zucht. Henk en Harrie zijn zijn allerbeste vrienden van de hele wereld. Meestal zijn ze leuk. Maar als ze samen ruzie maken zijn ze er-rug vervelend. Henk en Harrie zijn een Siamese tweeling. Dat is een tweeling die aanmekaarvast zit. Ze kunnen niet los, zo zijn ze geboren. Ze hebben wel twee hoofden maar maar één lijf en soms hebben ze dus ruzie over waar dat lijf naar toe moet.
Adje doet de poort open. "Hoi", zegt hij. "Ik ben gewond."
Maar Henk en Harrie kijken niet eens. Ze zijn druk bezig met elkaar te stompen.
Dat vindt Adje super-dom, als ze elkaar gaan stompen. Want dan hebben ze altijd zelf pijn.
"Jongens, Leo komt eraan", roept Adje kei-hard.
Ome Leo komt er helemaal niet aan, maar Adje hoopt dat het helpt als hij dat zegt. Henk en Harrie hebben een hekel aan ome Leo. Ome Leo zit altijd maar te zeuren. Hij zegt dat Henk en Harrie in therapie moeten want ze zijn in symbiose. Dat betekent dat ze moeten gaan praten omdat ze aanmekaarvast zitten. Dat weten ze ook heus zelf wel, dat ze aanmekaarvast zitten. Daar hebben ze Ome Leo niet voor nodig.
Het helpt! Henk en Harrie stoppen met stompen en zijn even stil.
"Ik ben gewond", zegt Adje weer een keer en hij laat zijn scheve bril zien.
"Zo hee!" roept Harrie.
"Stoer man!" roept Henk.
Adje is blij dat ze eindelijk aandacht voor hem hebben. Hij haalt nog even flink zijn neus op en vertelt dan wat er gebeurd is. Hij maakt het wel ietsje spannender want anders is het ook maar saai. Hij zegt dat hij over opa is gestruikeld en wel zes meter de lucht in is gevlogen en dat hij een dubbele salto heeft gemaakt en nog net op tijd op de grond landde om bordje voer van de eenhoorn op te vangen. Met zijn tanden.
"Hoe lopen we naar school vandaag?" vragen Henk en Harrie tegelijkertijd als Adje klaar is met zijn stoere verhaal.
Adje denkt na. Het is altijd een groot probleem welke weg ze naar school moeten lopen. Ze kunnen op twee manieren naar school, maar op allebei de manieren lopen ze Groot Gevaar. Ze kunnen langs De Tandarts lopen en dat is het kortste. Maar De Tandarts is eng. Als je langs zijn huis loopt, hoor je de boor. Dat is niet het allerergste, de boor. Het allerergste is dat De Tandarts eigenlijk stiekem een Kinderlokker is. Dat zegt iedereen. En ze zeggen ook dat hij kinderen vangt en daarna verkoopt aan een ver land. Adje wil niet gevangen worden en in een ver land verkocht.
De tweede weg naar school is langs het huis van Buurvrouw Heksenbom.

Wordt vervolgd.......