|
Lang
geleden in het land van Wellusnietus
Woonde ooit op het topje van een berg
Het Beestje Zeveritus.
Hij had last van Kleurderitus.
Dan heb je heel veel kleurenpech
Je wordt heel wit en je kleur gaat weg:
Dat is zielig en ook best erg.
Hij
woonde in een hutje, heel eenzaam en alleen.
Want die arme Zeveritus
Kreeg niet zoveel visites
En ging zelf nergens heen
Want hij durfde niet naar buiten toe,
Zelfs met geen heel klein stukje,
voorzichtig met zijn teen.
Geen
stukje teen, geen plukje haar;
Hij bleef gewoonweg binnen.
Week na week, jaar na jaar
In zijn eentje zat hij daar
Want hij zei; met die bleke kop en witte snuit
Krijg je mij hier echt de deur niet uit,
Daar ga ik niet aan beginnen
Dus hij zat daar maar
En hij zat daar maar
Heel zielig en heel wit te zijn
Kleurderitus is bepaald niet fijn !
En
hoe hij ook probeerde
Een goeie kleur te vinden
Het was altijd de verkeerde
En het deed alleen maar pijn.
Hij probeerde het met blauw
En kreeg meteen een kou
Hij probeerde het met groen
toen leek hij wel een oen
hij probeerde het met geel
maar daarvan werd ie scheel
hij probeerde het met zwart
maar toen kromp hij plots een kwart
hij probeerde het met bruin
en kreeg toen vogels in zijn kruin
En van rood, het is gewoonweg idioot,
Maar van rood ging hij bijna dood !
Hij
zat dus maar
En zat dus maar
Week na week
En jaar na jaar
Hij
durfde nergens meer op te hopen
Maar toch is het nog goed afgelopen
Want op een goeie dag,
om kwart over zeven
Kwam er een geit met een glimlach
Om een pakje te geven
Zeveritus
doe open zei de geit
t ik heb voor jou een truitje gebreid
Van de regenboog, met alle kleuren
Trek hem maar aan en er zal je niks gebeuren
Het
was raar
en heel bijzonder
Maar het was waar
en een groot wonder:
Hij trok hem aan
En vond hem prima staan
Met de regenboogtrui had Zeveritus
nooit meer last van zijn Kleurderitus
|