|
|
Er
was eens een lelijke grijze wereld.
Daar hadden de beestjes voor gezorgd.
|
|
De
blauwe beestjes geloofden in de Blauwe God en het Blauwe Boek. Daarvan
moest je altijd aan de linkerkant van de weg lopen, anders was dat
een belediging voor de Blauwe God.
|
|
De
groene beestjes geloofden in de Groene God en het Groene Boek. Daarvan
moest je een onderbroek over je hoofd aantrekken, anders was dat
een belediging voor de Groene God.
|
|
De
rode beestjes geloofden in de Rode God en het Rode Boek. Daarvan
mocht je niet lachen, anders was dat een belediging voor de Rode
God.
|
| De
gele beestjes geloofden in de Gele God en het Gele Boek. Daarvan moest
je aan de rechterkant van de straat lopen, op 1 been, anders was dat
een belediging voor de Gele God. |
|
De
oranje beestjes geloofden in de Oranje God en het Oranje Boek. Daarvan
mocht je absoluut geen ijsjes eten. Als je dat wel deed, dan was
dat een belediging voor de Oranje God.
|
|
En
de beestje vochten en sloegen en beten en knepen elkaar tot ze grijs
van ellende zagen want ze vonden allemaal dat hun kleur god gelijk
had.
Op een dag zagen ze opeens een Regenboog. Zoiets moois hadden ze
nog nooit gezien. En toen begrepen ze het eindelijk! Er is geen
goede kleur god want de regenboog is van ons allemaal.
|
|